Vanaf 2000 werd duidelijk dat langdurige ambulante psychiatrische zorg aan mensen met Ernstige Psychiatrische Aandoeningen onvoldoende was.

Door Internationale ACT literatuur en Multidisc.
Richtlijn Schizofrenie en actuele inzichten in (arbeids)rehabilitatie (IPS, Herstel) ontwikkelden wij in 2003 -2004 het FACT model (Functie Assertive Community Treatment).

Het transitieproject werd aangegrepen om te komen tot verdere beschrijving en implementatie van FACT in GGZ NHN en tevens de uitrol naar het land. Het idee bestond dat er landelijke eenduidige aanpak wenselijk zou zijn voor alle betrokken partijen zoals klanten, professionals en zorginkopers. Daarnaast bestond het idee dat specifieke interventies rond het Maatschappelijk Steunsysteem (MSS), arbeidstoeleiding (IPS) en het introduceren van Telezorg aan FACT-zorg zou kunnen bijdragen.

Tenslotte leek nader onderzoek naar de bekostigingsstructuur van een dergelijke sterk ambulante aanpak en een vergelijking met de in Nl gangbare aanpak (meer bedgebruik) nuttig om op den duur iets over kosteneffectiviteit te kunnen zeggen.

Dit leidde tot een project met deelprojecten:
1) Optimaliseren en uitrol FACT
2) Onder dit centrale project hingen drie deelprojecten:
a) Doorbreken naar participatie via maatschappelijke steunsystemen
Ter versterking van de FACT werkwijze en in het kader van uitrol FACT is het doorbreken van participatie via maatschappelijke steunsystemen een belangrijk project geweest. Goed samenwerken met instellingen en organisaties in de wijk is onontbeerlijk om top ambulant te kunnen werken. Uitleg van FACT werkwijze, samenwerken, er vanuit gaan dat de GGZ niet alles kan en daar zijn waar het nodig is zijn allen interventies die nodig zijn om aangenaam te kunnen wonen buiten de kliniek. Van het werken met maatschappelijke steunsystemen is de projectgroep al snel overgestapt naar individueel sociaal netwerken (ISN). Al jarenlang werden er in de wijk algemene voorlichtingsavonden gegeven over psychiatrie in het kader van kwartiermaken. Enig  effect had dit niet op het stigma wat rond de individuele cliënt leefde of het vergemakkelijken van participatie en deelnemen aan activiteiten in de wijk. Door onze aandacht te vestigen op het individu slaagden we hier veel beter in. Om ISN vorm te geven werden medewerkers getraind om het krachtenmodel (Strengths Model van Rapp & Gosha, 2006). Het Trimbos heeft een evaluatieonderzoek gedaan naar de implementatie van deze werkwijze. (Op kracht komen!, Michon en Van Wezep, 2010, Trimbosinstituut, Utrecht).

Om wensen voor cliënten te realiseren werd de netwerktafel opgericht. De netwerktafel is gebaseerd op de werktafels uit Den Haag met het verschil dat de cliënt altijd aan tafel zit. De netwerktafel is een levende sociale kaart welke één maal per maand bij elkaar komt. Aan tafel zitten allerlei verschillende organisaties uit de stad, van vrijwilligerswerk tot een maatjesproject tot een google-aar. Ook werd een sociale participatiegroep opgericht deze wordt geleid door een ervaringswerker.
Om beter contact te krijgen met het individuele steunsysteem van de cliënt heeft GGZ NHN als eerste in Nederland de familie-ervaringsdeskundige (FED) aangesteld. De FED helpt familieleden met het acceptatieproces, helpt hen gesprekken voor te bereiden met hulpverleners en niet geheel onbelangrijk biedt hen een luisterend oor. Ypsilon nomineerde een van de wijkteams voor de familiester 2010.

b) Op afstand beter?: Telezorg in de LZ GGZ [NHN2b.1]
Na een pilot in twee FACT teams in Den Helder/ Texel omgeving waaraan in samenwerking met het Trimbosinstituut een RCT was gekoppeld kan geconcludeerd worden dat de tevredenheid over de zorg toenam onder de cliënten.
Er werden 50 cliënten via Telezorg behandeld via deze beeldcommunicatie naast de gewone zorg.
Kwalitatieve topics die naar voren komen zijn: eigen regie / autonomie, gevoel van veiligheid en 24 uurs zorg wanneer nodig zonder opname. Hier zal nog verder onderzoek naar worden gedaan. Dit maakt dat GGZ NHN Telezorg verder gaat uitrollen naar een grote groep ambulante cliënten.

c) Implementatie en financiering IPS
In 2007 is GGZ NHN gestart met het project Implementatie en financiering IPS. Met behulp van de transitiegelden zijn voor bijna alle wijkteams een half time IPS aangesteld. De IPS trajectbegeleiders werken binnen de FACT teams maar zijn in dienst bij WNK re-integratie. Daarnaast is er onderzocht hoe IPS het beste gefinancierd kan worden.

Resultaten:
De verwachting was dat 10% van de cliënten zich zouden melden. Eind 2010 waren er al meer dan 15% aanmeldingen voor het IPS traject.
De IPS-ers werken zeer modelgetrouw (4.2 op 5 puntsschaal).
Er is veel geïnvesteerd in de samenwerking met het UWV (ook landelijk). Dit heeft er toe geleid dat een arbeidsdeskundige van het UWV 1 keer per 2 weken aanschuift bij het IPS team. Hierdoor kunnen de aangevraagde IRO worden toegelicht en snel worden toegekend.
Er is een unieke samenwerking tussen UWV-UVIT-ZK. Partijen erkennen het belang van IPS en zoeken naar financiering. Als pilot investeert het Zorgkantoor met innovatiegelden, UVIT betaalt de fase 1 gesprekken (kennismaking en motivatie), UWV levert zoals gezegd de arbeidsdeskundige.
Na IPS is de samenwerking met SW bedrijf en GGZ verder uitgebreid. Effect hiervan is mede uitbreiding naar divisie Kortdurende psychiatrie voor diagnostiek bij burgers met een bijstandsuitkering.

Resultaten:
tussen juni 2009 en december 2010 hebben 60 cliënten betaalde banen en zijn 16 cliënten volledig uit hun uitkering!
Gestart wordt met het onderzoek naar de kosteneffectiviteit van IPS.
Ondanks al deze mooie resultaten is het voorbestaan van IPS nog niet gegarandeerd. Mede door de bezuinigingen op het UWV is het niet duidelijk of er voldoende financiering tegenover de trajecten komt te staan. IPS is voor mensen met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (EPA) de aangewezen methodiek. De methodiek is echter arbeidsintensief. Hoewel er nog wel IRO’s bestaan voor Zeer Moeilijk Plaatsbaren, blijkt in de praktijk dat de hoogte van het toegekende bedrag zelden boven € 5.000 komt. Onvoldoende om de intensieve trajecten te financieren.

3) Integrale persoonsvolgende transmurale ketenfinanciering in de LZ GGZ [NHN 3.1]

Mede dankzij TPLZ is een en ander zeer voorspoedig in hoog tempo ontwikkeld. Implementatie en uitrol in NHN is voltooid.
De uitrol FACT in den lande (nu reeds meer dan 120 teams) verloopt snel. Bij beleidsmakers en inkopers is FACT en ACT steeds beter bekend. Voor professionals en beleidsmakers verscheen het ‘Handboek FACT’ (2008, Van Veldhuizen e.a.) in oplage van 2.200, verkrijgbaar in boekhandel, maar ook via kanalen gesponsord verspreid.
Indicaties voor het FACT bord zijn nader beschreven. Naast criteria voor inschrijving in een FACT team zijn nu ook criteria voor uitschrijven naar de huisarts zijn beschreven en redenen waarom mensen juist niet uitgeschreven moeten worden.
Onderzoek naar de uitkomsten van FACT is gestart in West Friesland bij 3 in 2010 gestarte teams.
Professionals worden getraind in div. aspecten van methodiek (voorzitters van team bijeenkomsten, opleiding tot FACT-werker, teamtrainingen en managementtrainingen).

De Stichting Centrum Certificering ACT en FACT is opgericht, de eerste 10 audits zijn gedaan, er is een website met landkaart van ACT en FACT teams; onlangs verscheen een folder voor beleidsmakers en geïnteresseerd publiek. Overleg met VWS, zorginkopers en GGZ is gaande. Onderzoek naar (F)ACT wordt gestimuleerd. Het CCAF is daarin landelijk coördinatiepunt. Een subsidie voor beschrijving methodiek van Forensisch (F)ACT is verworven. Jaarlijks is er een (F)ACT congres in het land. Op 21 juni 2011 houdt divisie Langdurende psychiatrie een landelijk symposium ´FACT en verder´ en een Europees congres in 2011 is ook in voorbereiding.

Projectleider: Peter Klumpenaar
Projectplan
Leerproducten

Eindrapportage
Maatschappelijke businesscase

Ga naar Duurzaam Beter