Wacht niet langer maar begin vandaag!

Iedereen weet het, maar het is zo moeilijk: ophouden met denken, en gewoon beginnen. Dat is één van de best bewaarde geheimen van het experimenteren voor transitie: je kunt elk moment beginnen en je mag het niet alleen bedenken terwijl je al onderweg bent, je mag ook bijsturen als je ontdekt dat het toch beter kan.

De Transitiebeweging waarvan alle transitie-experimenten, binnen maar ook buiten het Transitieprogramma onderdeel uitmaken wordt gevoed door mensen die op een goed moment ‘gewoon zijn begonnen’. In het evaluatierapport komen ze zelf ook aan het woord en omschrijven we hen als volgt:

“De meeste experimentleiders zijn mensen met een sterke innerlijke drijfveer en intrinsieke motivatie als het gaat om hun experiment. Hun experiment is de manifestatie van een idee dat vaak al lang sluimert onder de oppervlakte. Sommige experimentleiders vinden bij het Transitieprogramma na jaren eindelijk de ruimte die ze nodig hebben en krijgen de kans om hun idee in de praktijk te testen. We zien ook experimenten waarin de experimentleiders extern worden aangetrokken om het experiment te leiden. Het is geen panacee dat de experimentleider vanuit de persoonlijke ambitie het experiment leidt, maar in veel gevallen vergen experimenten het persoonlijk commitment om het uiterste uit het experiment te halen.

Experimenteren vergt het handhaven van een balans tussen vele uitersten. Experimentleider geven aan dat zij zien dat het belangrijk is om erop letten dat verschillende uiteenlopende inzichten tegen elkaar afgewogen worden omdat de dilemma’s die zich bij de uitvoering laten zien dan alvast in het team besproken zijn. Dit is dan ook één van de belangrijkste taken van de experimentleider: het bevorderen van interne reflectie en het creëren van ruimte om ook bijvoorbeeld bepaalde “no-go-areas” te onderzoeken en overwegen. Het gaat erom “buiten de gebaande paden te denken: dat is de nieuwe norm geworden”.

De insteek en het karakter van de projectleider is veelbepalend. Bevlogen mensen zijn nodig om tegen de stroom in te gaan. Experimenten maken onderscheid tussen het doel en de weg ernaar toe: “je moet standvastig zijn over waar je naartoe wil, maar flexibel op het pad”. Dit is zeker het geval wanneer men tegenslag ondervindt: Weerstand of terugval is soms zelfs nodig om je weer op te kunnen laden, de frustratie helpt om nieuwe werkwijzen te ontdekken. Het betekent ook dat de experimentleiders zichzelf af en toe tegenkomen: “dat je zo tegen jezelf aanloopt dat het experiment tegenwerkt...dan moet je het af en toe ook loslaten”. Ook wordt uithoudingsvermogen genoemd als belangrijke eigenschap.”